Kunstvliegen is een tak van sport dat pas is weggelegd voor de vergevorderde solist. Verwacht niet dat je in het eerste jaar dat je lid wordt kunt beginnen met kunstvliegen. Maar als je bezig bent met VVO-1 is het niet onverstandig wat figuren te oefenen met een instructeur. Een aantal figuren staan zelfs in de checklist voor VVO-1 (facultatief). Hanteer bij het uitvoeren van kunstvluchten een aantal basisregels:

  • Uiteraard moet het vliegtuig geschikt zijn voor de te vliegen figuren (verplicht)
  • Het vliegtuig moet zijn uitgerust met een G-meter (verplicht)
  • Oefen eerst met een instructeur in de tweezitter
  • Draag altijd een parachute tijdens kunstvluchten (verplicht)
  • Geen losse voorwerpen in het vliegtuig
  • Maak lokaal afspraken over de kunstvlucht, dit verschilt per vereniging (locatie box, minimale hoogte, afspraken met andere vliegtuigen etc.)

Voorbereiding:

Je hebt het vast wel eens gezien. Een vlieger die in het hoekje van de hangaar, met de ogen dicht en de armen vooruit gestoken de figuren droog oefent. Het ziet er vreemd uit, maar het werkt wel. Door je de manoeuvre in te beelden, ontwikkel je een beter beeld van de situatie. Daarnaast is het natuurlijk slim de figuren met de instructeur door te nemen. Laat je vertellen wat je moet doen, wat zijn de snelheden, hoe hard moet je trekken, waar moet je kijken etcetera. Daarnaast is er theorie beschikbaar over kunstvliegen. Onder andere het boek 'The Handbook Of Glider Aerobatics' is hulpzaam bij de voorbereiding.

Daarbij is het belangrijk de flight envelope van het vliegtuig te kennen. De flight envelope geeft de mogelijkheden van het vliegtuig in thermen van snelheid en load factor. Bedenk eens hoe je moet handelen als je in de buurt komt van Vne. Als je in die situatie komt, en je moet een keuze maken, liever over Vne of over de maximale G-belasting? Als je er een keer over nagedacht hebt, is de kans groter dat je er ook naar zal handelen in een noodsituatie.

Begin bij de basis:

Het is heel verleidelijk meteen met de spectaculaire figuren te beginnen. Maar toch is het verstandig de opleiding stap voor stap te doorlopen. Dus begin bij de basisfiguren. Begin maar eens met een goede hoge bocht en laat maar eens zien dat je de juiste dwarshelling en snelheden hanteert. En erg belangrijk dat je op de juiste manier weet te herstellen uit de verschillende situaties. 

Vervolg:

Zodra je de basisfiguren als de hoge bocht, klaverblad en looping beheerst ga je met de rol aan de slag. Het verschilt een beetje per vliegtuig, maar de rol is een lastig figuur om netjes te vliegen. Er komt aardig wat feeling bij kijken om de rol strak te vliegen. Weinig clubs beschikken over een MDM-Fox of Swift-S1, dus je zal hoogstwaarschijnlijk kunstvliegen in een ASK-21 of gelijkwaardig. De ‘roll-rate’ van de ASK-21 is 10 á 12 seconden, terwijl een MDM-Fox in ruim 5 seconden een volledige rol maakt. Dit betekent dat je in een ASK-21 wat meer moet sturen en corrigeren om een strakke rol te maken.

Nadat je de basisfiguren en de rol beheerst, beheers je meerdere figuren van recovery uit rugvlucht. Namelijk recovery door middel van een halve looping of een halve rol. Omdat je nu meerdere manieren van recovery beheerst kan je variëren in de figuren. Je kan vanuit een halve looping een rugvlucht maken en uiteindelijk uitrollen. Op die manier kan je je set figuren uitbreiden. Nog steeds is het wel verstandig met een ervaren instructeur (of ervaren kunstvlieger) te vliegen als je nieuwe oefeningen gaat doen. Houd ook rekening met de hoogte als je nieuwe figuren doet.