Het kunstvliegen is facultatief, dat betekent dat het geen must is om je brevet te kunnen halen. Het zou echter goed zijn om een aantal figuren in je opleiding al mee te pakken. Door het kunstvliegen bouw je vliegtuigbeheersing op die je in het standaard opleidingstraject niet zal opdoen. In het logboek staan de figuren looping, klaverblad, wing-over en chandelle als facultatief onder VVO-1. Deze vallen dan ook onder de basisfiguren (figuren voor beginners).

wingover 172x139
Hoge bocht (wing-over): 
Wordt ingezet door vanuit een horizontale vlucht een klimmende lijn van 45° aan te nemen. Bovenaan wordt een bocht ingezet met een angle of bank tussen 45° en 90° gevolgd door een dalende lijn van 45° en terug naar de horizontale lijn.

Klimmende bocht: Bij een hoge bocht wordt hoogte gewonnen uit de oversnelheid, terwijl een bocht van 180° wordt gevlogen. Het is de kunst om de snelheid gedurende de bocht gelijkmatig te laten afnemen tot normalge glijsnelheid (gele driehoek).

Chandelle: Chandelle wordt zowel voor een hoge bocht als voor een klimmende bocht gebruikt. Dit verschilt per regio. In Amerika wordt chandelle gebruikt voor een klimmende bocht, waar het in de UK voor een hoge bocht gebruikt wordt.

LoopLooping: Dit figuur is een lus in het pad dat het vliegtuig vliegt. Standaard is het de verticale looping en worden deze vanuit hoge snelheid naar boven toe uitgevoerd.

Klaverblad: Het klaverblad heeft zijn naam te danken aan de vorm van het figuur wanneer deze 4/4e wordt gevlogen. Het klaverblad is vergelijkbaar met de looping, echter wordt in de eerst helft van de looping 1/4e rol gemaakt waardoor de koers met 90° wordt verlegd. De tweede helft is een standaard halve looping.

Halve flick-rol & halve looping: Bestaat uit een snelle halve rol en een looping. De halve rol wordt ingezet door een snelle stamp beweging, gevolgd door een gierbeweging. Het figuur wordt afgerond met een halve looping. Timing is cruciaal bij dit figuur. Dit figuur verschilt behoorlijk per type zweefvliegtuig hoe deze uitgevoerd wordt. Bij een ASK-21 of gelijkwaardig zal voor de inzet de neus omhoog gebracht worden om het figuur te kunnen uitvoeren. Een MDM-Fox of Swift behoudt zijn neusstand. Lees voor het uitvoeren van de figuren goed de limieten van het vliegtuig. De ASK-21 kan/mag de Flick niet uitvoeren zoals dat in de MDM-Fox wordt gedaan. InsideSnap

HumptyBump
Canopy-down Humpty-bump:
Dit figuur start vanuit een rechtlijnige vlucht met een kwart looping. Een korte rechte lijn omhoog en daarna een halve looping (inside) met een kleine radius. Vervolgens een korte rechte lijn naar beneden en afgerond met een kwart looping.

Canopy-up Humpty-bump: Dit figuur start vanuit een rechtlijnige vlucht met een kwart looping. Een korte rechte lijn omhoog en daarna een halve looping (outside) met een kleine radius. Vervolgens een korte rechte lijn naar beneden en afgerond met een kwart looping.

Stall turn: Bij de stall turn wordt een roterende beweging gemaakt om de top-as van het vliegtuig tijdens een verticale vlucht omhoog. Hij wordt ingezet door een kwart looping omhoog, gevolgd door de rotatie om de top-as en afgerond met een kwart looping naar rechtlijnige vlucht. De rotatie om de top-as wordt ingezet door een abrupte uitslag van het richtingsroer. Timing is cruciaal bij dit figuur.

SlowRoll 1
Rol:
Bij dit figuur rolt het vliegtuig 360 graden over de langsas, zonder van koers af te wijken.

Halve rol: Dit figuur kan zowel vanuit een positieve rechtlijnige vlucht worden ingezet als vanuit een rugvlucht. Vaak wordt dit figuur gecombineerd met andere figuren, of gebruikt als herstelprocedure vanuit een rugvlucht.

Rugvlucht: Waar het vliegtuig zich ‘op zijn rug’ door de lucht voortbeweegt. De rugvlucht is van zichzelf geen bijzonder figuur. Echter is de besturing anders dan het intuïtieve laat lijken. Een gevaarlijke fout is aan de knuppel trekken om de neus boven de horizon te krijgen.

Negatieve bochten: Vanuit een rugvlucht een bocht inzetten. Dit is een lastige manoeuvre in het begin omdat de besturing anders werkt dan bij een positieve bocht. Waar je bij een positieve bocht de volgende input geeft; links voeten, links knuppel en een beetje trekken, geef je bij een negatieve bocht de volgende input; rechts voeten, links knuppel en een beetje duwen.

4 punts rol: De 4-punts rol is vergelijkbaar met de gewone rol. Echter wordt op iedere 90 graden de rotatie een seconde gestopt. 

Vrille: De vrille wordt ingezet door een forse gierbeweging bij lage snelheid, daardoor overtrekt één vleugel en zal het vliegtuig in een vrille raken (draaiende beweging in de richting van de overtrokken vleugel. Veel vliegtuigen herstellen zichzelf, maar sommige vliegtuigen hebben nare eigenschappen in een vrille. De vrille kan ook onbedoeld voorkomen in een (te) langzame schuivende bocht.

Cuban8Cuban 8: De Cuban-8, vaak ook 1/2e uitgevoerd, bestaat uit een halve looping en een halve rol. Vanuit hoge snelheid wordt een looping ingezet. Deze wordt doorgezet tot de neus 30 á 45 graden onder de horizon is. Na een tel wordt een halve rol ingezet. Na de halve rol wordt de tweede helft uitgevoerd. Zo ontstaat vanaf de zijkant gezien een 8 vorm. 

Roling turn (inside): De roling turn is bestaat in verschillende varianten. Meest gangbare roling turn is waar per 90 graden bocht een hele rol wordt uitgevoerd. Bij een inside roling turn is rolrichting ook de richting van de bocht. Het figuur wordt vaak in 2/4e uitgevoerd, dus 180 graden bocht en 2 rollen. 

Roling turn (outside): De outside roling turn is vergelijkbaar met inside roling turn, alleen is de rolrichting tegenovergesteld t.o.v. de richting van de bocht. Met een vliegtuig met een lage rolrate is het lastig dit figuur uit te voeren doordat de turnrate en neusstand lastig te hand handhaven zijn.  

Bij een wedstrijd wordt er niet alleen gekeken naar de uitvoering van de figuren als een looping of rol, maar ook naar de gevlogen lijnen, bochten, klimmende- en dalende lijnen. In een kunstvlieg-box ligt de koers (bijna) altijd parallel aan- of dwars op de display lijn. Ofwel, per 90 graden. Het geheel moet er strak uit zien.

Rechtlijnige vlucht: Vleugels horizontaal, behoud van koers. Parallel aan- of dwars op de display lijn.

Bocht: Een goed gevlogen bocht heeft een constante radius en een angle of bank van 60°. Het in- en uitrollen van de bocht vergt een andere techniek, omdat je tijdens het in- of uitrollen nog niet van koers mag veranderen. Bochten worden altijd gevlogen in koerswijzigingen van 90° of een veelvoud daarvan. Veelgemaakt fout is een te lage snelheid waardoor de bocht slordig wordt.

45° dalende lijn: Een rechte lijn van 45° naar beneden tot de gewenste snelheid is bereikt. De radii van beide stamp bewegingen zijn gelijk.

45° klimmende lijn: Een rechte lijn van 45° naar boven tot de gewenste snelheid is bereikt. De radii van beide stamp bewegingen zijn gelijk.

Rechtlijnige rugvlucht: Vleugels horizontaal, behoud van koers. Parallel aan- of dwars op de display lijn. Neusstand zal hoger liggen dan bij positieve rechtlijnige vlucht.